Hoe zet jij de bloemetjes buiten? Een makkelijke en leuke manier is met zaadbommen. Veel heb je er niet voor nodig:
* een kleine zak potgrond of zaaigrond
* een halve kilo klei in poedervorm
* drie tot vijf pakjes zaad van inheemse bloemen als klaprozen, korenbloemen, goudsbloemen, margrieten, juffertjes-in-het-groen…
* Je kan natuurlijk ook zaden van bloemen uit je eigen tuin gebruiken!
Meng vijf eenheden klei met één eenheid potgrond en de zaadjes. Giet er kleine beetjes water bij, tot je een kneedbare kleibol krijgt. Verdeel deze grote bol in kleinere balletjes van twee tot drie centimeter doorsnede.
Laat ze wel een paar dagen drogen, bijvoorbeeld in een lege eierdoos, maar niet in de zon.

En dan?
Let even op dat je de zaadbommen niet dropt op plekken waar het gras regelmatig gemaaid wordt of waar geen regen kan vallen – dan hebben de bloemen natuurlijk geen schijn van kans. Ga op zoek naar kale, onbenutte stukjes in de buurt: denk aan een leeg plekje aarde onder een boom, een braakliggend terrein tussen twee huizen of tussen tegels.
Drop de zaadbommen. Misschien moet je ze wel over een schutting of hek gooien om de bommen te krijgen daar waar je ze hebben wilt of een beetje helpen op moeilijke plekjes.

Onthou waar je de bommen gegooid hebt, stop er eventueel een stokje of bordje bij met je naam en “ik heb hier geplant…’ en ga over een paar maar maanden eens kijken wat het resultaat van jouw guerilla-actie is!
Tip! De meeste zaadbommen die niet uitkomen hebben het TE droog gehad…dus af en toe een keertje kijken meteen flesje water kan helpen.